Interview met Bart van de Woestijne
Programmamaker Kim Snauwaert ging in gesprek met Bart van de Woestijne na afloop van BLOK Cement.
Kim: Hoe heb jij Blok Cement ervaren?
Bart: Het eerste wat me opviel is dat de studenten heel actief en betrokken waren. En ik denk dat er tijdens de kennismaking op de eerste dag nog een soort ongemak voor het onbekende was. Wat ik eigenlijk op zich nog fijn vond. Ik zie het als iets positiefs om daar doorheen te gaan en dat langzaam, gedurende de dag, op te laten lossen. Dat was voor mij ook een doel op zich; de studenten zich comfortabel gaan voelen bij festival Cement en hopelijk bij uitbreiding in andere theaters en festivals.
Een verbeterpunt aan de eerste introductiedag is mss dat die nu was ingesteld om elkaar te leren kennen, maar door gebrek aan diversiteit: de hele groep kwam bijna uit 1 klas, was het idee van introductie een beetje voorbijgestreefd. De volgende keer moeten we de introductie beter afstemmen op de specifieke groep. Anderzijds denk ik toch dat ze elkaar ook weer op een andere manier hebben leren kennen.
De indeling van het dagprogramma en hoe dit was georganiseerd, met de verschillende onderwerpen per dag, vond ik fijn. Ik denk dat de verschillende focussen waarvan we zijn vertrokken: reflectie/feedback en onderzoek/praktijk goed werkten.
Daarnaast vond ik het ook fijn om een balans te vinden om uit te zoomen op die onderwerpen door bijvoorbeeld verschillende feedbackmethodologiën uit te wisselen en te bespreken en die dan te verdiepen door die terug te koppelen aan de eigen praktijk en in concrete oefeningen. Dat dat hield de studenten aandachtig. Ik had het gevoel dat BLOK Cement voorheen eerder de aandacht bij een theoretisch kader hield, maar ik werk meer vanuit acties en terugkoppeling naar de eigen praktijk en onderzoek. Dat werkte voor mij goed. Ik weet niet of dat klopt voor het festival, maar ik had het gevoel dat de studenten daardoor wel inzichten over zichzelf kregen.
Kim: Wij ervaren het net als fijn dat iedere persoon die BLOK Cement leidt, dat die vanuit zijn eigen praktijk vertrekt en de ruimte krijgt om BLOK Cement zich eigen te maken.
Bart: Het was een heel vol programma, BLOK Cement 2026, Soms kwam ik zelf gewoon niet aan dingen toe. Ik heb de studenten niet echt horen klagen. Ik heb niet het gevoel gehad dat ze daar heel erg onder hebben geleden.
Een ander onderdeel waar ik van genoten heb, waren de nagesprekken of inleidende gesprekken met makers. Je merkt dat het belangrijk is dat die ontmoetingen gemodereerd worden, want anders gaat het alle kanten op. Als er achteraf heel verschillende meningen zijn over een voorstelling, helpt het als een nagesprek gecureerd wordt. Dan kan je voorbij het oordeel met elkaar praten.
We hebben heel veel voorstellingen gezien. Ik vond het ook leuk dat er afwisseling was tussen voorgesprekken, nagesprekken en gesprekken met elkaar over voorstellingen. Ik vond de studenten best scherp en heel betrokken.Ik denk dat ze het fijn vonden dat er meer tijd was voor reflectie en uitwisseling dan er op school soms is.
Ik vond het heel leuk om de studenten te leren kennen. Voor mijn gevoel is dat ook best goed gelukt. Ik denk ook dat ze het festival goed hebben leren kennen. Ik hoop ook dat ze meer ruimte voelen om ons aan te schrijven. Ik ben benieuwd of dat zal gebeuren.
Was er een bepaalde gedachte of artistieke visie die je doorheen die dagen wilde meegeven?
Ik denk dat het mijn visie was om als rode draad steeds af te wisselen tussen uitzoomen naar bredere gespreksonderwerpen en daarop reflecteren, en die vervolgens via concrete oefeningen te vertalen naar je eigen praktijk. Bijvoorbeeld, we hebben het gehad over feedback als reflectiemethode na een affe voorstelling of feedbackmethodes die kunnen worden ingezet tijdens de ontwikkeling van een werk of artistiek onderzoek. Ik heb de studenten laten nadenken over werkmethodes en samen hebben we in kaart gebracht welke vormen een werkproces kan aannemen. Die kennisdeling konden ze inzetten als tool bij hun eigen artistieke praktijk. Dit gold ook bij uitbreding voor de nagesprekken of inleidende gesprekken met makers die een voorstelling toonde bij Festival Cement. Bijvoorbeeld: als een maker in een nagesprek iets vertelde over diens proces, namen best veel studenten dat weer mee in hoe zij de volgende opdracht gingen doen. Er werd steeds de vertaling gemaakt naar de eigen praktijk.
Daarnaast was het voor mij ook belangrijk te focussen op hoe je kan samenwerken. Door het creeren van een collegiale veiligheid wou ik een vruchtbare grond zetten: een situatie creeërn waarin de studenten tegelijkertijd een sociale vaardigheid oefenen. Hopelijk een kwaliteit die zich kan verduurzamen in toekomstige uitwisselingen met elkaar.
Wat betreft mijn eigen positie, heb ik me als moderator van de week opgesteld, maar ook benoemd dat ik zelf maker ben. Ik heb iets verteld over mijn eigen praktijk, niet te veel, omdat het vooral over hen ging, maar wel genoeg zodat ze me meer als collega konden zien. Bij de opdrachten heb ik actief meegedaan, maar wel met iets meer afstand. Ik vond het belangrijk om steeds vanuit het idee te werken dat mijn praktijk maar één voorbeeld is, en niet dé manier waarop je als maker kan werken. Het hielp mij ook om me makkelijker tot hen te verhouden. Wat daardoor gebeurde, is dat ze mij bijvoorbeeld niet hebben ervaren als iemand van Cement. En dat is wel goed, ze zagen mij eerder als een neutrale factor. Het was dan aanvullend ook erg goed dat jij of Leonie ook langskwamen.
Was er iets dat je bewust niet wilde bereiken of vermijden tijdens deze dagen?
Ik wilde vermijden dat het over netwerk en ondernemerschap ging. Dat BLOK Cement niet ging over ‘hoe zorg ik ervoor dat ik bij Festival Cement kan geprogrammeerd worden?’ Dat kan het gesprek vast laten lopen. Dat is niet echt een interessant vertrekpunt.
Ik wilde ook vermijden dat er tijdens het kijken naar voorstellingen met de studenten op Festival Cement, en tijdens de collectief gecureerde nagesprekken die erop volgden, in normatieve termen over werk werd gesproken. Als in: ‘Dit was een goede voorstelling’ of ‘Dit was een slechte voorstelling’. Er moet zeker ruimte woren gemaakt voor negatieve ervaringen in die zin dat het tot uiting mag komen wanneer studenten niets met een werk kunnen. Daar hebben we ook uitgezoomde gesprekken over gehad: bijvoorbeeld hebben we een gesprek gevoerd die vertrok vanuit de vraag: wat zeg je tegen iemand die net een première heeft gehad, en die je in de foyer tegenkomt, en waarvan je niets met het werk kon?
Ik wilde de studenten betrekken en ervoor zorgen dat wat we deden voor hen nuttig voelde. Ik wilde wel blijven afstemmen op de studenten en gevoelig zijn voor wat er speelde, anderzijds wilde ik ook het programma als een premisse presenteren. De balans tussen wat onderhandelbaar was tijdens de week, en wat vastlag aan het programma was iets waar ik aandacht aan gaf. Ik wilde vermijden dat we tijdens de week zelf teveel zouden reflecteren over het format van BLOK Cement. Dat is achteraf goed om te doen, maar als je daar ruimte aan geeft tijdens de week zelf, kan alles ook wat gaan tijdens de week kan het ook gaan zwabberen. Ik wilde dus gevoelig zijn voor wat er speelde, zonder de focus van het programma te verliezen. Daar heb ik in proberen te balanceren.
Welke momenten zijn jou het meest bijgebleven?
Er is niet echt één moment ofzo, die nu bij me opkomt. Er waren veel sessies die ik leuk vond. Wat ik bijvoorbeeld leuk vond is dat ik iedereen aan het woord probeerde te laten, niet enkel de heel extraverte mensen de conversaties laten overnemen, maar ook ruimte te geven aan studenten die moeilijker in groep praten, of nog moeten oefenen in het uitspreken van diens manier van maken of daarin nog aan het zoeken is, en dat tijdens het verloop van BLOK Cement, ik zag hoe sommige mensen daar beter in werd in die drie dagen, en daar in groeide. Dat gaf me voldoening. Dat iemand dat op zijn eigen manier kan doen.
Ook vond ik de nagesprekken over de voorstellingen met de studenten - zonder de makers - heel erg leuk. Ik vond hen scherp en betrokken en getuigen van heel veel drive en al heel zorgvuldig in het reflecteren. Ze lieten zich ook raken. En ook ware nze best wel goed om verschillende ervaringen naast elkaar te laten bestaan.
De sessie werkwijze vond ik leuk. Daar kwam vooral naar voren hoe verschillend iedereen daarin is, in manieren van werken, bij het ontwikkelen van een werk, en dat er niet één manier is om te werken, en dat er verschillende methodieken zijn die je daarbij kunnen helpen.
Er zijn dus veel mooie momenten ontstaan tijdesn BLOK Cement, ook het ervaren van de voorstellingen zelf maakte daar deel van uit.
Waar zijn verbeterpunten voor BLOK Cement voor Festival Cement nog dingen die je wil toevoegen?
Samen het kader maken met jullie was fijn. Dat gaf me zekerheid dat we er allemaal achter staan, achter wat we gaan doen. In die week zelf voelde ik agency en ruimte om dat op mijn eigen manier te doen. Voor mezelf moest ik daar comfortabel in worden, omdat het de eerste keer is. Ik denk dat dat voor mij een tweede keer anders zou maken, dat ik wat meer die rol ken. En het naar mijn hand mag zetten wat er gebeurd is die week. Dat ik die ruimte kan nemen. Het enige is, wat fijner zou zijn volgende keer, is dat de groep wat diverser zou zijn. Dat er meerdere studenten vanuit verschillende scholen zouden deelnemen en iemand van Maastricht bijvoorbeeld iemand met een praktijk uit SNDO leert kennen.